Ik weet waar hij is.

Alleen ik.

Ik weet waar hij naartoe is, omdat hij mij vertrouwde.

Alleen mij.

Ik was de enige waarbij hij zichzelf kon en mocht zijn.

De enige die hem zichzelf liet zijn.

Ik accepteerde hem om wie hij was en om wie hij wilde zijn, niet om wie hij moest zijn.

Ik gaf hem die kans, waar hij me dankbaar voor was.

Dankbaar, maar niet gelukkig, zoals alleen hij dat kon zeggen.

Zulke mooie woorden, zo’n mooi mens, maar zo ongelukkig ook.

Hij had alles te veel: te veel ruzie, te veel spijt, te veel verdriet, te veel…

Maar er was een ding waar hij te weinig van had: mensen die om hem gaven.

Er was maar een iemand die om hem gaf, Ik.

Maar een is niet genoeg, bedoelde hij, en ik begreep het.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.